épousaient
trouwen; in het huwelijk treden met;…
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
trouwen; in het huwelijk treden met;…
kraan; kurk; klop
stremmen; bevriezen; invriezen
uitademen; uitblazen van rook
morsen; overlopen; verklikken
transporteren, vervoeren; wegvoeren
vangen; grijpen; betrappen; nemen, halen
uit eten gaan; feesten
heeft persoonlijke uitstraling, charmant…
krab; driftkop