emploiera
gebruiken, benuttigen
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
gebruiken, benuttigen
groot succes, triomf (uit Frans); succesvol effect; bekend; pretentieus vertoon
schertsen; plagen, pesten
aankleden; opladen; voorwenden, aannemen
Rozet (roosvormige versiering)
krullen; kroezen; zelfmoord plegen
samenzweren; conspireren
graderen; cijfer geven; rangschikken;…
omringen, omgeven
spellen; betekenen; goed schrijven van…