voyagerait
reizen, tocht maken
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
reizen, tocht maken
fladderen, zweven, vliegen; (snel) heen…
zwart maken; koopwaar in beslag nemen
rentemeesterambt; huiseconomie
ontsmetten, zuiveren
parkeren
druk (uitoefenen), (onder) druk; last
neger-; betreffende negers
gebeuren
verstrekken; toewijzen; verzorgen,…