voyageras
reizen, tocht maken
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
reizen, tocht maken
stikken; verstikken
hut; cabine; kleedhokje; kajuit
bepleiten; steunen, voorstander zijn van
wegen; vlechten, samenvlechten; komplot…
opnieuw beleggen of (geld) steken ;…
trekken (uit schede)
institutioneel
een schandaal schoppen; ergernis wekken…
Upomgeving