récapitulerons
recapituleren
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
recapituleren
vastbinden; knopen; strikken
komplimenteren
ervaren; passeren
verwisselen, omwisselen
raffineren; verfijnen; zuiveren;…
ontgoochelen, desillusioneren
spreken, praten; zich uitdrukken
iemand die rondsluipt; dief
familienaam