disjonctifs
afscheidend, verschillend
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
afscheidend, verschillend
in elkaar storten
toetreden, ambt aanvaarden, troon…
schreeuwen, krijsen, brullen
verstikken, doen stikken
verzamelen; verzamelen; binnenhalen;…
vernederen; munt vervalsen
overtuigen
reserveren; bewaren; sparen, besparen
opschuiven (een andere keer uitnodigen)