abréviations
verkorting
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
verkorting
gesticuleren, gebaren maken met handen…
midden, middelpunt
vullen; invullen; verzadigd zijn; vullen…
vast (blijven) zitten, blokkeren,…
opgewekt zijn, blij zijn
steen, baksteen; blok; beleefd iemand
gewaagd; avontuurlijk
stilstaan, stagneren
infiltreren, doordringen