durée
periode, tijd
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
periode, tijd
zich meten (met); aankunnen; deelnemen…
straffen
het laten vallen/intrekken/tegen de…
impulseren; verhogen, verheffen; steunen
doorboren, doorsteken
aanwijzen; opmerken; slijpen; richten
tegenwerken , tegenstribbelen; annuleren
rammelaar, ratel; gekletter
drogrede, sofisme, verkeerde redenering,…