structurions
structueren
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
structueren
barsten; breken; uitbreken; breken
er bovenop plaatsen; op elkaar plaatsen;…
zich (warm) aankleden; zijn mond houden;…
roepen; schreeuwen; uitnodigen;…
begrenzen; limiteren; beperken
zich schuldig maken aan meineed, een eed…
onvolledig, onvolkomen
koken; bereiden, klaarmaken
winst maken, winnen; profiteren