déferlé
breken; stuk slaan; verbreken; inbreken;…
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
breken; stuk slaan; verbreken; inbreken;…
verzachten, lenigen, stillen, doen…
neigen, verbuigen, krom buigen, buigen;…
onderscheiden; onderscheid maken
spreken, praten; zich uitdrukken
temmen, beteugelen
een tweeling krijgen; samenbrengen,…
opvouwen; omvouwen
uitroepen; verklaren; ontdekken
wakker maken; enthousiast maken;…