téléphonerions
telefoneren; bellen
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
telefoneren; bellen
blij zijn, plezier hebben, genieten
terug; teruggave; ruimte; verdiensten;…
kleuren; verven
kombineren; samenvoegen; samenwerken
urinaal; urinoir
vlecht; vlechtwerk; band
krijt, van krijt; met betrekking tot de…
wegslepen, wegtrekken
voorspellen; profeteren