faiseur
vervaardiger; schepper, God
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
vervaardiger; schepper, God
splijten; splitsen; verdelen; delen;…
iemand die verbonden is aan een instituut maar er niet woont (zoals dokter, verpleegkundige, enz)
de stekker uit het stopcontact trekkend
behagen, genoegen doen; voldoen,…
laag, snood, gemeen; slecht,…
bereiken; uitsteken (hand uitsteken)
seksueel, geslachtelijk
losgaan, ontspannen, verslappen;…
struikelen; mislukken