trépider
trillen, laten beven, opwinden
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
trillen, laten beven, opwinden
(be)proeven, testen, keuren
zuivering, verlossing
sprinten
rukken/trekken (aan); tokkelen, plukken
solderen
uitdrukken; met spoed sturen; afpersen;…
inherent, intrinsiek, eigen
jongleren; goochelen; oplichten;…
aanstellen, benoemen