cuisiner
koken; bereiden, klaarmaken
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
koken; bereiden, klaarmaken
(op)vullen, volproppen
ongelijk, verschillend
verdrijving, uitwerping, (ambts) ontzetting
fladderen, klapwielen, dwarrelen,…
luchtspiegeling
opblazen; vergroten; zich opblazen;…
onwaarheid, leugen
afleiding, derivaat
was geboren, kwam op de wereld