frôlons
grazen; schrapen
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
grazen; schrapen
afschaffen; tenietdoen
blijken te zijn; worden, gebeuren; te…
aangrenzend, naburig; aan de grens; op of dichtbij een landsgrens;
jubelend, juichend, blij, feestvierend
functioneren; werkzaam zijn; functie…
verleren, afleren
ontdooien
zwerven; dwalen
veroveren; gevangennemen