défonceront
breken, uitbreken
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
breken, uitbreken
leiden, aan het hoofd staan; afstoten
herleven, weer opleven, weer bekomen;…
bekoren; betoveren
verzamelen; verzamelen; binnenhalen;…
afbakenen, begrenzen
ontbijt eten
mompelen; kauwen zonder tanden
ploeteren; knarsen, schuren;…
blijken te zijn; worden, gebeuren; te…