enfermeras
zuster, verpleegster
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
zuster, verpleegster
aansporen, prikkelen
zegevieren, overwinnen
re-evalueren
opstapelen; ophopen
temperen, matigen; verzachten; doen…
in de val lokken; opzoeken
sprinten
vrijwaren, schadeloosstellen, vergoeding…
beven, sidderen, trillen, schudden