fluer

vb vloeien, stromen; le sanguine flueva del ferita het bloed stroomde uit de wond; le parolas flueva de su labios de woorden stroomden uit haar mond

godets

pot, potje; schok; ruzie; krakend geluid

tubercules

knobbeltje, klein rond uitsteeksel in een bot van het lichaam

courues

rennen, weglopen; laten lopen; een…