lèchent
aflikken, likken aan, lekken;…
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
aflikken, likken aan, lekken;…
lakens, dekens, kussensloop
vochtig maken, bevochtigen, nat maken;…
bouwen; samenstellen, assembleren
optreden, couperen
rennen, stormen; scheuren, stuk gaan;…
stuk; gedeelte; instrument; uitvoering;…
losgaan, ontspannen, verslappen;…
beweren; vorderen; aanspraak maken op
verzekeren; kalmeren