transposent
verplaatsen, verschikken, omzetten,…
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
verplaatsen, verschikken, omzetten,…
onbewegelijkheid
zware bas van een doedelzak of orgel
versterken; verhogen; toevoegen
(iets) proeven, genieten van
doen herleven; herrijzen
veranderen; verbeteren; herzien
voor anker gaan; aanmeren, vastleggen…
preken; redevoering houden; zedenpreken
afweren, terugdrijven; afkeer opwekken