météorologiste
weerman, meteoroloog
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
weerman, meteoroloog
eten; vergaan; gebruiken, verbruiken
incarneren; belichamen
opsporen; identificeren, onderscheiden;…
verstrekken; toewijzen; verzorgen,…
afdalen; achteruitgaan; verbuigen (in…
klein horloge om pols gedragen,…
jeneverbes (struik, boom)
terugbetalen, aflossen
Maximaliseren