imprimeur
(boek)drukker; printer (comp.)
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
(boek)drukker; printer (comp.)
bevallen
knielen
wrijven, schuren, schaven (de huid);…
pijl(tje); steek, sprong
vergeten
mechanisch (betr. mechanica; vervelend,…
indruk maken; een indruk achterlaten; de…
nabij, dichtbij; nabij staand;…
spotten, bespotten; na-apen;…