buterons
struikelen; mislukken
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
struikelen; mislukken
tekening, schets; trekking
kanselier; ambassade secretaris; rector…
peddelen; waden; slaan, meppen (slang)
kletsen; tikken, typen
houden van; hopen dat; in je hart…
vals spelen met muziek-een toon te laag…
stelen; sluipen; ongezien doordringen
non-stop, doorgaand(e trein), direkt(e verbinding), de hele tijd, zonder onderbreking
alarmeren; ontstellen