prédirais
voorspellen; profeteren
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
voorspellen; profeteren
boom; hut; geschaduwde plek
boe roepen, joelen, uitjouwen
situeren (gebeurtenis)
de schuld geven aan, beschuldigen
kuipen, konkelen, beramen
verdampen, vervliegen
onthoofden
preken; redevoering houden; zedenpreken
beledigd