juvenescence
het jong zijn; het opgroeien tot een jong persoon, jeugd
Nederlandstalige uitleg voor Engelse woorden.
het jong zijn; het opgroeien tot een jong persoon, jeugd
aangeboren, erfelijke, degeneratieve systeemziekte van exocriene klieren
tussen geloven
zaaitijd; periode van groei, periode van nieuwe ontwikkeling
Strain gauge
tendinitis, peesontsteking
Nootmuskaat staat
onderdrukking
spreeuw (vogel)
Lak bladeren