sick
ziek; ziekelijk; misselijk; overgevend; ziek (i. betekenis van “er genoeg van hebbend”); verlangend; besmet (oogst)
Nederlandstalige uitleg voor Engelse woorden.
ziek; ziekelijk; misselijk; overgevend; ziek (i. betekenis van “er genoeg van hebbend”); verlangend; besmet (oogst)
op tragische wijze
autoriteit; bevoegdheid;instantie
Spaghettiwestern
moerbei
Bijsluiten; omheinen; omsingelen; insluiten
Rooien
gezond, goed voor de gezondheid
libratie (v.d. maan); evenwicht
Zebrano boom