rider
rijder, berijder; toevoegsel
Nederlandstalige uitleg voor Engelse woorden.
rijder, berijder; toevoegsel
heuvelachtig, bergachtig
pijp of leiding waardoor warme stoom of rook wordt geleid; visnet
slecht werk verrichten, grove fout maken, missen (spreektaal)
pesten, beledigen
kuipstoel in auto of vliegtuig, individuele stoel met gemodelleerde rugleuning
Beg uitschakelen
poorthuis, portierswoning
in de omgeving blijven
Versterking stimulus