swedish monetary unit
Zweedse munteenheid
Nederlandstalige uitleg voor Engelse woorden.
Zweedse munteenheid
vaardigheid; geslepen
rijk, vermogend; goed af; financieel goed af; welgesteld
Pyrrus overwinning, schijnsucces (een overwinning met veel slachtoffers, wat nauwelijks een overwinning te noemen is)
Acetylchloride
kwetsing; ruwheid; irritatie
piloot
naaste familie (v. huwelijk)
helikopter
Fluwelen gras