augenscheinliches
blijkbaar, klaarblijkelijk, kennelijk, duidelijk
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
blijkbaar, klaarblijkelijk, kennelijk, duidelijk
betrekken, doen delen, deelgenoot maken, doen deelnemen
spreken, praten, zeggen
beheerst, gelaten, kalm, bedaard
einde van de zendtijd, sluiting
verbitteren, bitter worden
roekeloos, vermetel, doldriest
vloeibaar maken
spookachtig
poreus