Stöcken
stokken, blijven steken, haperen, vastlopen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
stokken, blijven steken, haperen, vastlopen
tot zinken brengen, in de grond boren
vergrijzen
discipline, tucht, orde
afpersing, chantage
meebrengen, meenemen, inbrengen
hardnekkig, halsstarrig
het eerst, eerst
weldadig, weldoend, aangenaam
Zuid-Amerikaans