jene
die ( daar ), dat ( daar ), gene, andere
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
die ( daar ), dat ( daar ), gene, andere
met veel inzicht, oordeelkundig
vertrek, aftocht
( zeer ) koud, vriezend
het uithouden, het volhouden, ( geduldig ) wachten
verklaren, duidelijk maken
inspelen
kuitkramp
vol rook, rokerig
vermeerderen, vermenigvuldigen, doen toenemen