tristes
triest, treurig, droevig, triestig
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
triest, treurig, droevig, triestig
kostumeren, verkleden, uitdossen
schilderen, beschrijven
moedig, dapper
ongewoon, ongebruikelijk, buitengewoon, ongemeen
rijkelijk, royaal, overvloedig
decreteren, verordenen, voorschrijven
bazig, heerszuchtig
besluiten ( tot ), beslissen
knobelen, gokken, tossen