Verfasser
schrijver, auteur
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
schrijver, auteur
moeten, zullen
spoorwegovergang, overweg
dom worden, versuffen
ongenietbaar
medeburger, landgenoot, stadgenoot
niet geliefd, impopulair, onpopulair, onbemind
ouwelijk
gladstrijken, gladmaken, gladschaven, politoeren
zich oefenen