anführten
aanvoeren, leiden, de leiding hebben van
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
aanvoeren, leiden, de leiding hebben van
verzengen, verschroeien
klaarmaken, in orde brengen
welwillend, goedgunstig, toegenegen
sifon, stankafsluiter
rebels, opstandig, oproerig
( ver ) rotten, bederven
schril, schreeuwend
badkamer
zorgvuldig, nauwgezet, nauwlettend