Nebensachen
bijzaak
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
bijzaak
gever, schenker, donateur
verrijken, verbeteren, vergroten
knorren, mopperen, morren
voornoemd, bovengenoemd
negeren, ignoreren
chagrijnig, nors, korzelig
m.b.t. heel Duitsland, m.b.t. de beide Duitslanden
archiveren
ongelovig