aussonderst
afzonderen, ( uit ) sorteren, selecteren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
afzonderen, ( uit ) sorteren, selecteren
sudderen
kussen, zitting, bekleding
charitatief, liefdadig
uitgekookt, gehaaid
korrelig, gekorreld
aan ( een ) rijgen, oprijgen, aansnoeren
mislukken, schipbreuk lijden, falen, stranden
verzorging
fascineren