ungehindert
ongehinderd, onbelemmerd, ongestoord
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
ongehinderd, onbelemmerd, ongestoord
( af ) slachten, afmaken
treeplank, opstapje
losmaken, losbinden
opnieuw bewerken, omwerken, herzien
verwonderd ( staan ) kijken naar
vorm (e) loos, plomp, log
gespierd, spierig, musculeus
beide, alle twee, allebei, beiden
deficit, ontbrekend bedrag, tekort