befördernd
transporteren, vervoeren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
transporteren, vervoeren
vernietigen, verdelgen, verwoesten
vastberaden, onverdroten, onverzettelijk, onophoudelijk, ononderbroken
schenden, beschadigen
minnekozen, vrijen
paritair, gelijkwaardig, gelijkgerechtigd
geluk, voorspoed, fortuin
zwijgzaam, stil, niet veel zeggend
Oostenrijker
fungeren