kalter
koud, kil, koel
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
koud, kil, koel
samenpersen, opeenpersen, dichtknijpen, fijnknijpen
onthalen, vergasten, trakteren
classificeren, ( in klassen ) indelen, inschalen
bagatelliseren
verbeteren, corrigeren, rectificeren
verschaffen, bezorgen, zorgen voor
woeden, heersen, om zich heen grijpen
afgebrand
achterbaks, geniepig