jongliert
jongleren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
jongleren
personenverkeer, reizigersverkeer
bont
tweebaans-, dubbelsporig
gelijkluidend, eensluidend
van gemiddelde grootte, middelgroot
lijf, lichaam
zeehond, zeerob
weg ( ge ), broodje, langwerpig brood
diep, ten zeerste, uiterst