generalisiere
generaliseren, veralgemenen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
generaliseren, veralgemenen
windstoot, windvlaag, rukwind
indien noodzakelijk, zo nodig
amoureus
hinken, mank zijn, kreupel zijn
strooien
zich vermeten, de brutaliteit hebben
aanwending, inzet, gebruik, verbruik, moeite
onbezorgd, zonder zorgen
hiel, hak