anormaler
a(b) normaal
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
a(b) normaal
( om ) kiepen, kantelen, dompen, vallen
neervallen
speelkameraad ( je ), speelgenoot
doorwerken, grondig doornemen
adellijke titel
vrijheids-, op vrijheid gericht, vrijheidlievend, liberaal
geloofsbelijdenis, geloofsbekentenis
les ( uur )
( droog ) scheerapparaat