Wachs
was, boenwas
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
was, boenwas
overvloed
bewerker, samensteller
volwassen
omzetten, verhandelen, transponeren
verdenking, argwaan
gebaseerd zijn, berusten, steunen
van goed ras, pittig, vol temperament
moe worden, verlammen
knijpen