gebürtige
geboortig, afkomstig, van geboorte
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
geboortig, afkomstig, van geboorte
bezoldigen, salariëren, soldij geven
hiel, hak
Mongools
bont
uitloop, afloop, afvoer
splijten, splitsen, kloven, verdelen, verscheuren
omwikkelen
eentonig, eenvormig
verpletterend, overweldigend