größtes
groot, groots, voornaam, aanzienlijk, bijzonder
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
groot, groots, voornaam, aanzienlijk, bijzonder
conditioneren
economisch handelen, huishouden
( ver ) wurgen
onaangenaam, onplezierig, naar, onverkwikkelijk
zijn achterstand inhalen, verbeteren, versterken
perspectivisch, met perspectief
spatader
realiseren, verwezenlijken
burgeroorlog