verdeutliche
verduidelijken, duidelijk ( er ) maken
verduidelijken, duidelijk ( er ) maken
toewijzen, toebedelen
veranderlijk, wisselvallig, wispelturig
kapitaalkrachtig
van de mens, als mens, menselijk
doorreizen, verder reizen
vol vertrouwen, vertrouwend, optimistisch
sluimeren, slapen
doorsnijden, stuksnijden, opensnijden, doorklieven
vaderland