Maßstab
maatstaf, norm
maatstaf, norm
ontuchtig, obsceen
ontgaan, ontsnappen
aarzelen, talmen, dralen, schromen, weifelen
weerspannig, weerbarstig, ongehoorzaam
meehelpen
een paar laten vormen, laten paren, verenigen ( met ), doen samengaan ( met )
lui in het schrijven van brieven
afvliegen, wegvliegen, vertrekken
chemicalie, chemische stof