übersätem
bezaaid, overdekt
bezaaid, overdekt
belhamel, raddraaier
( helemaal ) genezen
project, plan
nuttig zijn ( voor ), helpen, baten
onverschrokken, onbevreesd, onvervaard
verlopen, zijn beloop nemen
gezellig, prettig, fijn, knus
( aan ) komen, belanden
met een minimum aan kosten, met weinig kosten, goedkoop