ausschütte
uitstorten, uitgieten, leeggieten
uitstorten, uitgieten, leeggieten
stroom, rivier, ( stort ) vloed
vrije tijd
verplicht vak
blameren, compromitteren, voor schut zetten
tafel met ( de ) geschenken
buitenparlementair, extraparlementair
dak, bedaking, dakwerk, huis
( een handje ) helpen, een handje toesteken
betimmeren, beschieten