bewirtschaftetest
exploiteren, beheren, runnen
exploiteren, beheren, runnen
( in ) pakpapier
( vast ) klemmen, knijpen, knellen
steken, zitten, zijn, zich bevinden
overlaten, laten staan
lelijk, niet mooi
losmaken, losbinden
vertrouwensman, vertrouwenspersoon, trustee
ongemotiveerd, ongegrond
betasten, aanraken